Het verhaal van Frans
"Toen ik naar hem toe ging, hoorde mijn vader mensen fluisteren in de kamer waar we zaten, terwijl er toch echt niemand was."
Op een avond, een paar weken na het overlijden van zijn moeder, kreeg Frans telefoon van zijn vader (70 jaar). “Hij kwam niet goed uit zijn woorden, klonk heel verward en vertelde me dat hij al een tijdje achtervolgd werd. Toen ik vroeg door wie hij dan achtervolgd werd, antwoordde hij dat hij zeker wist dat de buurman en de eigenaar van de supermarkt op de hoek een complot tegen hem hadden gesmeed. Er zat niets anders op dan te vluchten, net zoals hij in de oorlog had gedaan. Toen ik naar hem toe ging, hoorde mijn vader mensen fluisteren in de kamer waar we zaten, terwijl er toch echt niemand was. Hij beweerde zelfs dat de dood van mijn moeder ook niet toevallig kon zijn. Ik heb toen direct contact opgenomen met zijn huisarts. Deze kwam meteen en sprak over een psychose. Er hebben veel gesprekken plaatsgevonden, eerst met de huisarts en later ook met een psychiater van de Riagg. Die gesprekken waren nodig om de oorzaken van de psychose van mijn vader te achterhalen. Hij kreeg medicijnen voorgeschreven. Na een tijdje werd hij kalmer en sprak hij niet meer over zijn achtervolgers.”